EASY

DANS - Data Archiving and Networked Services

Search datasets

EASY offers sustainable archiving of research data and access to thousands of datasets.

Close Search help

Het vorstengraf van Oss re-reconsidered Archeologisch onderzoek Oss-Vorstengrafdonk 1997-2005

Cite as:

Jansen, R.; Fokkens, H.; (): Het vorstengraf van Oss re-reconsidered Archeologisch onderzoek Oss-Vorstengrafdonk 1997-2005. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-zxk-k8k5

2007 Jansen, R.; Fokkens, H.; 10.17026/dans-zxk-k8k5

In januari 1933 wordt op de uitgestrekte Osse Heide door een groepje arbeiders in het kader van de werkverschaffing een aantal heuvels geëgaliseerd. Daarbij worden regelmatig zogenaamde ‘voorhistorische lijkbussen’ gevonden. Jan Cunen, de gemeentesecretaris van de gemeente Oss en geïnteresseerd in oudheidkunde besefte dat men aan het graven was in een prehistorische begraafplaats. Via het Rijksmuseum van Oudheden uit Leiden werd een werknemer van het museum in Wijchen naar Oss gestuurd die toezicht moest houden op de werkzaamheden. Onder een van de grootste heuvels werd door deze werknemer een kuil blootgelegd waarin hij een bronzen emmer vond. Snel dekte hij de vondst weer toe en belde met zijn werkgever, die vervolgens het Rijksmuseum van Oudheden alarmeerde. De volgende dag was dr. Bursch in Oss om de situla, want dat was het, mee te nemen naar Leiden. Zo begint het verhaal van een van de belangrijkste vondsten uit de late prehistorie van Nederland: het Vorstengraf van Oss.
De vondsten en de daaropvolgende korte opgraving zijn sindsdien meerdere malen gepubliceerd. De locatie zelf raakte in de vergetelheid en verdween onder een woonwagenkamp en autokerkhof. Alleen de naam, Vorstengrafdonk, herinnerde nog aan de bijzondere vondst waarvan de exacte locatie allang weer was vergeten.
Tussen 1997 en 2005 is door de Faculteit der Archeologie en Archol bv, beide verbonden aan de Universiteit Leiden, hernieuwd onderzoek naar het graf en het omringende landschap uitgevoerd. Daarbij werd het Vorstengraf van Oss herontdekt. Daarnaast kon worden vastgesteld dat het vorstengraf onderdeel uitmaakte van een (klein) urnenveld, dat weer aansloot bij een aantal oudere grafheuvels. In een breder kader maakt het grafveld Vorstengraf deel uit van een uitgestrekt sacraal landschap, bestaande uit minimaal een viertal kort bijeen gelegen clusters van grafheuvels en urnenvelden. Een van deze clusters ligt in het nabijgelegen gebied Zevenbergen, en is 2004 opgegraven.
Het onderzoek Vorstengrafdonk, in combinatie met het grafveld Zevenbergen en een inventarisatie van het gebied heeft inzicht gegeven in de lange-termijngeschiedenis van een voor de oorspronkelijke bewoners heel betekenisvol gebied. We hebben te maken met een sacraal landschap met een gebruiksgeschiedenis van vele eeuwen (2300-500 v. Chr.). Aan het eind van deze periode, in de vroege ijzertijd, werd op deze locatie een persoon begraven met een hoge status, mogelijk op (supra-)regionaal niveau.
Dit ´grafheuvellandschap´ ligt op een landschappelijk zeer markante locatie, namelijk op de noordelijke rand van het Peel Blok (de Maashorst). De grafheuvels geven naar het noorden toe een vergezicht over een relatief laag gelegen en nat gebied. De tientallen proefsleuven die hier zijn aangelegd hebben geen enkele aanwijzing voor prehistorische bewoningssporen opgeleverd. Een van de weinige vondsten betrof een bronzen bijl die zeer waarschijnlijk is gedeponeerd in een kwelgebied. Het vormt een aanwijzing dat we het gebied als een depositielandschap kunnen interpreteren. De nederzettingen tenslotte moeten we ten zuiden van de grafheuvels zoeken, op de hogere en bosrijke gronden. Binnen een kilometer zijn enkele oppervlaktevindplaatsen
uit de brons- en ijzertijd bekend. Recapitulerend is er sprake van een sterke ordening van het landschap, met een strikte scheiding van de verschillende dimensies van een lokale gemeenschap op de rand van de Maashorst.
Het vorstengraf van Oss is niet het enige dat we in Nederland kennen. Het is met het huidige onderzoek wel het best onderzochte vorstengraf. Het vormt bij het onderzoek naar vorstengraven in Nederland (en daarbuiten) dan ook een belangrijke bron omdat het vrij compleet is opgegraven en de complete grafinhoud bewaard is gebleven. Bovendien hebben we informatie over het omringende grafveld en is een groot deel van het omringende landschap intensief verkend.
Het Osse vorstengraf maakt onderdeel uit van een opvallend cluster vroege ijzertijdgraven in het Nederrijngebied. Zeer waarschijnlijk waren de nederrijnse ‘vorsten’ autochtone leiders die door persoonlijke daden en sociale contacten regionaal aanzien genoten. Het is aannemelijk te veronderstellen dat de vorstengraven een uiting zijn van een ‘leiderschap’ dat al bestond maar dat zich vanaf de vroege ijzertijd kon profileren met exotische voorwerpen via ‘nieuwe’ handelsnetwerken met Centraal-Europese gebieden. De solitaire verspreiding van de vorstengraven wijst er op dat de machtspositie werd bepaald door de persoonlijke kwaliteiten van een leider, en er dat er geen sprake was van erfbare macht, zoals dat voor het Hallstatt-gebied wel wordt verondersteld. Geen Keltische krijger dus, zoals Holwerda nog veronderstelde, maar een lokale leider met een persoonlijke status, die participeerde in handelsnetwerken die reikten tot ver in Centraal-Europa.