EASY

DANS - Data Archiving and Networked Services

Search datasets

Close Search help

Over de IJssel. Archeologisch onderzoek naar laatmiddeleeuwse brugresten en een 19e-eeuwse scheepstimmerwerf bij Deventer

Cite as:

Mousch, drs. R.G. van (BAAC bv) (): Over de IJssel. Archeologisch onderzoek naar laatmiddeleeuwse brugresten en een 19e-eeuwse scheepstimmerwerf bij Deventer. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-xfa-swfx

2013-08-01 Mousch, drs. R.G. van (BAAC bv) 10.17026/dans-xfa-swfx

BAAC bv (onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie) heeft in de lente en vroege zomer van 2011 in opdracht van Waterschap Groot Salland ter plaatse van drie vindplaatsen te Deventer in het plangebied Bolwerksplas, Worp en Ossenwaard in het project Ruimte voor de Rivier archeologische opgravingen uitgevoerd. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de voorgenomen realisatie van een geul om de IJssel aan de westzijde meer ruimte te geven in het geval van hoogwater en om dijkdoorbraken te voorkomen. Vindplaats 1 is de locatie waar de resten werden verwacht van een steenbakkerij met bijbehorende elementen. De werkputten, die aangelegd zijn in dambordpatroon, bevinden zich op een hoge, zandige oeverwal die zich gevormd heeft op het beddingzand van de kronkelwaard van de IJssel. Het onderzoek heeft nu uitgewezen dat zich op de hogere zandrug in de uiterwaarden geen resten van de steenbakkerij bevonden, maar dat het terrein hier vermoedelijk werd geëxploiteerd voor zandwinning. Geschat wordt dat op de zandrug circa 900 tot 1000 kuilen zijn gegraven, waarvan ongeveer de helft tijdens het onderzoek is opgegraven. De vorm en afmetingen van de kuilen varieert, maar ze zullen het volume hebben dat één of meer ladingen van een kruiwagen dekt. Het lijkt erop dat de kuilen bij een lage waterstand zijn gegraven, open hebben gelegen en door wind- en rivierafzettingen zijn dichtgeraakt met zand. Veel van de dichtgeraakte kuilen zijn later weer aangesneden bij het graven van nieuwe kuilen. Hoewel er geen resten van een steenbakkerij zijn aangetroffen op vindplaats 1, kan de plaatselijke zandwinning vermoedelijk wel met de fabricage van baksteen in verband worden gebracht. Zowel voor het verschralen van de klei als voor het bestrooien van de mallen heeft men zand nodig. Net als de winning van de klei voor de bakstenen zal ook het zand op zeer korte afstand gewonnen zijn. In de kuilen is maar weinig daterend vondstmateriaal aangetroffen. Het materiaal is niet vroeger te dateren dan 1600. Gezien het weinige materiaal is niet uit te sluiten dat de kuilen toch ouder zijn. Vindplaats 5 is de locatie waar de resten werden verwacht van voormalige scheepstimmerwerf die tussen 1835 en 1898 werd gepacht door de familie De Goede. De werfplaats was gesitueerd in de uiterwaarden aan een, in een oude restgeul uitgegraven, haven, die in verbinding stond met de IJssel. Een dijk bood bescherming tegen de stroming van de rivier. Vanuit de haven was een waterloop gegraven in zuidelijke richting, die weer in verbinding stond met de Bolwerksmolen die dienst deed als houtzagerij. De werfplaats en haven lagen daarbij redelijk beschermd op korte afstand van de schipbrug en bovendien stonden in directe verbinding met de houtzagerij. De scheepstimmerwerf bestond uit (1) een kleine haven, waar de schepen aanmeerden, (2) een helling, (3) een zone bovenlangs de helling waar hijsinstallaties (kaapstanders, hellingblokken) stonden, (4) een werkplaats met kleine gebouwen en stookplaatsen en (5) een randzone met een mogelijke omheining en een greppel. Zowel de datering van het constructiehout, als de datering van vondstcategorieën zoals aardewerk, glas en metaal wijzen op een datering in de 19e eeuw, met een startmoment vanaf 1811. De vele metaalvondsten, vooral gereedschap dat tijdens de werkzaamheden op de helling in de haven is beland, zijn vooral in de eerste helft van de 19e eeuw te plaatsen. De helling kent behalve enkele kleine reparaties verder geen fasering. Op de boven gelegen werfplaats zijn gedurende de bestaansperiode in de 19e eeuw af en toe elementen vervangen. Ter plaatse van vindplaats 8, de meest noordelijke van de drie vindplaatsen, werden de resten verwacht van een laat-middeleeuwse brug over de IJssel, een brug over een restgeul en sporen die samenhangen met belegeringen tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De brug is in 1482 gebouwd, toen de dynamiek van de IJssel aanzienlijk was afgenomen. Bij de opgraving op de zandige oeverwal zijn, net als bij het proefsleuvenonderzoek, diverse palenrijen aantroffen, die min of meer parallel aan, maar ook haaks georiënteerd liggen op de IJssel. Omdat er geen vondstmateriaal is aangetroffen dat ouder is dan 1700 na Chr., de directe aansluiting op de IJssel ontbreekt en de locatie de laatste eeuwen ook voor andere doeleinden is gebruikt (waaronder voetbalvelden met gebouwen en een tentenkamp van de Royal Engineers), is het niet eenvoudig gebleken de verschillende palenrijen defi nitief aan de laat-middeleeuwse brug toe te schrijven. Eén palenstructuur, waarvan forse paalkuilen zijn teruggevonden in het noordoostelijk deel van het onderzoeksterrein, zou zeer goed iets met de brug te maken kunnen hebben gehad. In ieder geval is hier geen te jong daterend vondstmateriaal in aangetroffen. Van de brug over de restgeul zijn zeker geen resten teruggevonden, maar vermoedelijk heeft deze zich circa 50 m ten zuidoosten van de opgravingsputten bevonden. Sporen die zonder meer aan de belegering tijdens de Tachtigjarige Oorlog kunnen worden toegeschreven zijn ook niet aangetroffen.



Over de IJssel


Archeologisch onderzoek naar laatmiddeleeuwse brugresten en een 19e-eeuwse scheepstimmerwerf bij Deventer

foto

Een project van BAAC bv

logo