EASY

DANS - Data Archiving and Networked Services

Search datasets

EASY offers sustainable archiving of research data and access to thousands of datasets.

Close Search help

Vestingpark in Bredevoort (gemeente Aalten)

Cite as:

Rooij, J.A.G. van (ADC ArcheoProjecten) (): Vestingpark in Bredevoort (gemeente Aalten). DANS. https://doi.org/10.17026/dans-zys-f5c9

2015-03-23 Rooij, J.A.G. van (ADC ArcheoProjecten) 10.17026/dans-zys-f5c9

ADC ArcheoProjecten heeft in oktober 2014 een Inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Vestingpark in Bredevoort, gemeente Aalten (afb. 1 en 2).

Voor het plangebied is in 2011 een archeologische Quickscan geschreven. Hieruit blijkt dat het plangebied zich op de vesting van Bredevoort bevindt. Deze werd in circa 1400 n. Chr. omgracht door een dubbele gracht. Deze gracht liep door het huidige plangebied. Tussen de binnenste en buitenste gracht lag een aarden wal, die in de tweede helft van de 16e eeuw is afgegraven, waardoor één brede gracht ontstond. Het kasteel Bredevoort (ten zuidoosten van het plangebied) was eveneens omgeven door een gracht, met hieromheen een aarden wal, waarop een ringmuur gestaan heeft. Deze liepen door het noordoosten van het plangebied.

In het begin van de 17e eeuw is begonnen met het versterken van de vesting. De gracht rond het kasteel bleef nog behouden, maar de stadsgracht werd gedempt. Ook werden de oude muren en wallen afgebroken. Ter plaatse van de vroegere stadsgracht werd een nieuwe vestingwal aangelegd met bastions, waarvan Treurniet juist ten noordoosten en Vreesniet in het zuidwestelijke deel van het gebied liggen. Deze waren vermoedelijk opgebouwd uit aarde. Hieromheen kwam een nieuwe gracht te liggen.

Vanaf 1755 (opheffing militaire status) kwam de vesting in verval. Reeds in de 18e eeuw is het bastion Vreesniet afgegraven en vlakgemaakt. In de periode tot het begin van de 20e eeuw is ook het bastion Treurniet grotendeels afgegraven, maar hiervan is nog wel enig reliëf in het landschap overgebleven. Aan het begin van de 20e eeuw werden bovendien vrijwel alle grachten gedempt.

Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis hiervan werd de onderste aangeboorde laag als dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) geïnterpreteerd. Op het dekzand was een laagje klei aanwezig, dat plaatselijk ingespoelde humus bevat. De klei wordt afgedekt door een 25 tot 110 cm dikke laag veen, dat als onverstoord werd beschouwd. De top van het veen is in het merendeel van de boringen echter licht omgewerkt en bevat sporadisch baksteenfragmenten. Dit niveau lijkt de basis te zijn van de laatmiddeleeuwse dubbele gracht van Bredevoort. Opvallend is het feit dat geen humeuze neerslagslaag met recent materiaal, hetgeen de basis van een gracht kenmerkt, is aangeboord . Wellicht is de gracht vóór de opwerping van de vesting uitgebaggerd. Vanaf circa 180 cm –mv tot het maaiveld zijn in het gehele plangebied dempingslagen van de gracht en ophogingslagen van de vesting aanwezig. Waarschijnlijk dateert deze vanaf vroege 17e eeuw, toen op de gracht de bastions Treurniet en Vreesniet zijn aangelegd. Op dit moment is weinig reliëf meer zichtbaar, aangezien vanaf de 18e eeuw de bastions zijn afgegraven en vlakgemaakt.

Ter hoogte van beoogde podiumconstructie zijn de zuidelijk gelegen boringen (boringen 33 en 34) gestuit op een respectievelijke diepte van 240 en 130 cm –mv op een ondoordringbare laag baksteen. Gezien de ligging van de boorlocaties op historisch kaartmateriaal uit de 16e eeuw, is ter plaatse mogelijk op de laatmiddeleeuwse stadsmuur van Bredevoort gestuit.

In het plangebied zal de aanleg van een vestingpad, de bouw van een podiumconstructie, de aanleg van een drietal vestingconstructies en een toegangspoort plaatsvinden. Het vestingpad wordt op betonsloven aangelegd; de bodem zal hierdoor tot maximaal 80 cm –mv worden ontgraven. Tevens zal in het gebied een podiumconstructie en een drietal vestingsconstructies worden gebouwd. Bij deze werkzaamheden zal de bodem tot circa 70 cm –mv worden verstoord.

Aangezien deze werkzaamheden niet zullen resulteren aantasting van behoudenswaardige archeologische resten, adviseert ADC ArcheoProjecten om het terrein ter hoogte van het beoogde vestingpad, de drietal vestingconstructies en de toegangspoort vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen.