EASY

DANS - Data Archiving and Networked Services

Search datasets

EASY offers sustainable archiving of research data and access to thousands of datasets.

Close Search help

Opgravingsdocumentatie scheepswrak ZN-74(I) / ZN74(I) (Zuidelijk Flevoland)

Cite as:

Batavialand te Lelystad, Maritiem Archeologisch Depot (): Opgravingsdocumentatie scheepswrak ZN-74(I) / ZN74(I) (Zuidelijk Flevoland). DANS. https://doi.org/10.17026/dans-zdn-78de

2019-11-25 Batavialand te Lelystad, Maritiem Archeologisch Depot 10.17026/dans-zdn-78de

Scheepstype: Waterschip. Tijdens grondbewerking op kavel N74 in Zuidelijk Flevoland zijn in 1975 langs de Winkelweg twee scheepsresten aangetroffen. In datzelfde jaar is een verkenning uitgevoerd en vervolgens zijn de schepen opgegraven in 1982. Beide schepen liggen hart-op-hart 12 m uit elkaar. Beide zijn bewaard gebleven tot vlak onder het dekniveau. Ze konden worden geïdentificeerd als waterschepen op grond van de volgende kenmerken: gekromde voorsteven, rechte achtersteven, naden tussen huidplanken voorzien van gesinteld mosbreeuwsel, open wegering, bun uit twee delen, gepiekte vorm van het voor- en achterschip. Andere constructiekenmerken zijn een kielplank, als centraal element van het vlak en de overnaadse huid. Aangezien het vaartuig niet compleet is, kunnen de afmetingen niet precies worden bepaald. De lengte over de afgebroken stevens bedraagt 14,2 m (werkelijke lengte bedraagt minimaal 15 m), de breedte ter hoogte van het voorste bunschot is 4,2 m en zal in werkelijkheid rond de 5 m hebben gelegen. In het voor- en achterschip lagen ballaststenen (voorschip 3,3 ton; achterschip 2,3 ton) die verband houden met de juiste trim van het schip en ervoor zorgen dat de bun tot aan de bundeken vol zit met water, zodat de vis tijdens het vervoer niet kapot kan slaan tegen de bundeken. Opmerkelijk is dat de gaatjes in de bun waren dichtgemaakt met propjes hout. Tot de inventaris behoren onder andere twee houten oorstokken (kneppels) die het kuilnet open houden, een ijzeren oog van een oorstok en vier deksels van een palingkubbe. De kapdatum van het scheepshout is vastgesteld op 1525-1526 n. Chr., op grond van jaarringonderzoek. De bouwdatum zal dicht in de buurt van waterschip ZN74-II liggen, zo niet in hetzelfde jaar. Mogelijk gaat het om zusterschepen. De verstoring van het bodemprofiel geeft aan dat het schip in de Almere-fase is vergaan, rond 1570 n. Chr. Het schip zou dan veertig jaar in de vaart zijn geweest. Deze gebruiksduur is in overeenstemming met de grote hoeveelheid reparaties die aan de huid zijn uitgevoerd.