EASY

DANS - Data Archiving and Networked Services

Search datasets

EASY offers sustainable archiving of research data and access to thousands of datasets.

Close Search help

Getuigen Verhalen, Kamp Amersfoort, interview met M. Vanstaen

Cite as:

Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort (): Getuigen Verhalen, Kamp Amersfoort, interview met M. Vanstaen. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-2c5-vb7y

2010-06-21 Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort 10.17026/dans-2c5-vb7y

De heer M.H. Vanstaen (Maurice Henri) is geboren in juni 1923 te Apeldoorn. Zijn vader was een Belg die in Parijs werkte als dameskapper. Hij won vele eerste prijzen op kapconcoursen. Maurice is opgegroeid in Amsterdam, en moest op 13-jarige leeftijd bij zijn vader in de kapsalon werken op de Prinsengracht. Ze hadden veel klanten uit het Gooi. Daarna is hij gaan werken bij Michels als toneelkapper en grimeur. Hij had een oproep gekregen voor Arbeitseinsatz en dook onder, maar werd verraden en opgepakt. In het hoofdkwartier van de Sicherheidsdienst aan de Euterpestraat is hij verhoord door Hollanders, maar niet geslagen. Daarna is hij overgebracht naar de gevangenis aan de Weteringschans, hier zat hij met 6 man op een eenpersoonscel. Vervolgens ging hij op transport, eerst met de tram naar het Centraal Station, daarna per trein naar Amersfoort en in colonne lopend naar Kamp Amersfoort. Ze werden een dag in de Rozentuin gezet, kaal geschoren en kregen kampkleding aan. Eerst werd hij niet ingedeeld in een commando, maar hij moest hele dagen het kamp rondlopen. Hij had al gauw begrepen dat je niet moest opvallen in het kamp, hij is nooit bang geweest omdat hij wist dat Hitler arbeidskrachten nodig had en niets had aan dode mensen. De pakketten van het Rode Kruis waren een welkome “aanvulling” op het eten. Hij was 80 kg toen hij het kamp binnenkwam en slechts 40 kg toen hij eruit ging. Toen hij thuiskwam, herkende zijn moeder hem niet. Na een half jaar werd hij weer vrijgelaten en moest zich melden voor de Arbeitseinsatz. Dit heeft hij niet gedaan. Voor het verzet vervalste hij persoonsbewijzen.
Hij had een document verstopt achter een schilderij, maar is verraden en opgepakt. Hij werd overgebracht naar Hilversum en daarna naar Loosdrecht. Om hem een bekentenis te laten afleggen, werd hij gemarteld door brandende kaarsen op hem te laten lekken. Hij heeft geschreeuwd om dit te laten stoppen, hetgeen lukte. In Loosdrecht zou hij op transport worden gesteld naar Duitsland, maar plotseling waren de Canadezen er en was hij bevrijd. Na de bevrijding heeft Prins Bernhard hem opgezocht in Laren om hem te feliciteren met zijn bevrijding. Tijdens het interview toont hij een boek getiteld 'Ondergedoken in het concentratiekamp - Priesterleven in het P.D.A. (Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort)' van pater Jos Govaert, voor wie hij in het kamp een portret heeft getekend.