EASY

DANS - Data Archiving and Networked Services

Search datasets

EASY offers sustainable archiving of research data and access to thousands of datasets.

Close Search help

Getuigen Verhalen, Kamp Amersfoort, interview met C.J. Zuurbier

Cite as:

Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort (): Getuigen Verhalen, Kamp Amersfoort, interview met C.J. Zuurbier. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-zum-c99k

2010-07-28 Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort 10.17026/dans-zum-c99k

Cees Zuurbier is geboren in maart 1926 in een deel van Wijk aan Zee dat later Beverwijk zal worden. Hij is zoon van een werkman van de Hoogovens. Hier werkte ook zijn broer die in de omgeving twee huizen bezat. Hij zelf werkt in het begin van de oorlog in een sigarenfabriek en volgt de avondschool na werktijd. In verband met verstrekking van melk en bijproducten stapte hij over naar een melkfabriek. Hoogovens werd al snel ontmanteld en praktisch geheel overgebracht naar Duitsland in de omgeving van Braunschweig (Reichswerke Hermann Göring). In deze streek zou hij later als arbeider terecht komen in de Büssing-vrachtwagenfabriek die vrachtwagens aan de Wehrmacht leverde. Later werd dit de M.A.N.-fabriek. De Joodse eigenaar van de Van Leer Plaatwalserij verkocht onder dwang zijn fabriek aan de Duitsers en mocht met 100 werknemers waaronder Max Tailleur en veel circusartiesten deportatie ontlopen. Als opgeschoten jongens gooiden ze stenen naar de marcherende NSB’ers die propaganda maakten in de buurtschap. Hij weet opvallend veel van de aanslagen op Ritman en later in Zaandam door de groep Hannie Schaft. Die aanslagen zijn tevens de oorzaak van zijn gevangenneming op zondag 25 april 1944 tijdens een massale razzia waar huis aan huis 200 woningen werden doorzocht en zo’n 400 man werden opgepakt als gijzelaar. Deze status zorgde in Kamp Amersfoort voor een zekere voorkeursbehandeling: gescheiden door Spaanse ruiters werd een gedeelte van de barakken voor hen gereserveerd. Ook werden ze vrijgesteld van werkzaamheden. Dit voorrecht verviel bij de aanslag in Zaandam waarna ze werden ingezet bij het zgn. 'stroovlechten'. In augustus 1944 worden ze met zo’n 400 gijzelaars op transport gezet richting Braunschweig voor werkzaamheden in de autofabriek van Büssing. Geïnterviewde werkte hier met ca. 1300 mannen en vrouwen uit Polen, Rusland, Frankrijk, Italie en Nederland. De gevangenen verbleven in een kamp, noodgedwongen soms mannen en vrouwen bij elkaar. Als lid van de brandweerploeg was geïnterviewde getuige van de bombardementen op o.a. Braunschweig. Deze bombardementen vonden zowel overdag als 's nachts plaats. Meer dan 200.000 bommen zorgen voor een immense vuurzee. Hij wijt hun redelijke behandeling mede aan de hulp aan achtergebleven Duitse vrouwen bij bombardementen van de fabriek. De productielijn in de fabriek werd eerst door Duitse vakmensen gedaan, maar door de voortdurende vraag naar soldaten aan het front werden zij steeds meer vervangen door dwangarbeiders uit het kamp. Na de bevrijding door de Amerikanen werden de Hollanders in juni 1945 in een vrachtwagen geladen en door een zwarte chauffeur richting Münster en Enschede gereden. Na overnachting werd ieder naar zijn huisadres gebracht. Via Amersfoort, waar geïnterviewde heeft gegeten in een hotel, en Amsterdam is hij naar de pont in Velsen gebracht en aan de overkant met een politiewagen naar huis gebracht. Hij vertelt aan het eind van zijn relaas nog over Kotälla en een zigeunerorkestje wat gespeeld zou hebben in het bewakingsgedeelte en waarvan er één wist te ontsnappen. Na terugkeer binnen de familie en kennissenkring werd zijn verhaal niet op waarde geschat, de achterblijvers hadden immers de Hongerwinter meegemaakt. Waar had hij het over….