EASY

DANS - Data Archiving and Networked Services

Search datasets

EASY offers sustainable archiving of research data and access to thousands of datasets.

Close Search help

Getuigen Verhalen, Kamp Amersfoort, interview met N.J.H. van Hasselt

Cite as:

Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort (): Getuigen Verhalen, Kamp Amersfoort, interview met N.J.H. van Hasselt. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-xbe-fgyx

2012-10-30 Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort 10.17026/dans-xbe-fgyx

Nico van Hasselt (1924) groeit op in Deventer aan de IJssel in een bankiersfamilie. Nico heeft een jongere broer en een zuster. De oom van Nico (broer van zijn moeder) is generaal Hasselman. Nico’s (politieke) ideeën staan op sterke spanning met die van Hasselman. Nico is gymnasiast. Zijn Joodse rector is de vader van Etty Hillesum. Hij wordt gerekruteerd voor het verzet door de Deventer drukker W. Overeem (de drukkerij waar Trouw werd gedrukt), nadat hij een schoolreglement in oranje afgedrukt wilde hebben. Zijn ouders, broer en zus hebben nooit verzet gepleegd en hadden vooral zorgen om het voortbestaan van het kantoor (de familiebank). Nico wordt op enig moment in overleg in huis geplaatst bij een chirurg in Apeldoorn om “af te koelen van zijn opstandige temperament”, hij begint met de 5e klas van het gymnasium in Apeldoorn. Deze chirurg, dokter Van Viersen Trip, is eveneens actief in het verzet. De verzetsgroep in Apeldoorn kende in de kern 5 mensen. Nico is in het bezit van een pistool dat is ontvreemd van een Duitser. Hij wordt verraden en opgepakt door Nederlandse politie. Nico wordt door de SD naar de politieke vleugel van de Koepelgevangenis in Arnhem gebracht, hij treft daar 9 medegevangenen. Hij wordt daar ook stevig verhoord en mishandeld. Op 1 april 1943 wordt Nico van Arnhem naar Kamp Vught getransporteerd per trein met een grote groep. Nico heeft gedurende een deel van zijn periode van gevangenschap een ring – geërfd van zijn grootvader - verborgen weten te houden. Uiteindelijk weet hij deze aan een naamgenoot mee te geven, waarna hij hem na de oorlog terug ontvangt. Deze ring draagt hij nog steeds. In Vught komt Nico als eindcontroleur op de Philishave bij het Philips-kommando. Op 14 juli 1943 stapt hij in de laadbak van een Philipsauto om te vluchten. Met een medegevangene rijdt Nico het kamp uit. Bij Woensel springen ze de auto uit. Vervolgens wil hij – als onderdeel van een groep van 11 - op 24 augustus 1943 als Engelandvaarder Nederland verlaten. De tocht wordt door een Delftse verzetsgroep gearrangeerd. De boot vaart de zee op, maar ervaart motorpech. De alternatieve buitenboordmotor valt bij het plaatsen in het water. Uiteindelijk worden ze aan boord genomen door een korvet van de Duitse Kriegsmarine, welke ze naar Den Helder brengt. De Kriegsmarine sluit ze uiteindelijk op in de Weteringschans, waar hij pakketjes ontvangt van mevrouw Loes van Overeem. Hier wordt Nico ziek. Hij belandt in het Wester Gasthuis in Amsterdam en wordt later – in de zomer van 1944 – opgesloten in de dodencel van de Kriegswehrmachtsgefängnis in de Gansstraat in Utrecht. Later, in september 1944, wordt Nico met een hele groep in een transportauto op transport gesteld naar Kamp Amersfoort. Daar treft hij mevrouw Loes van Overeem wederom, die hem uit de groep haalt en in de ziekenbarak weet te plaatsen. Uiteindelijk wordt hij “hoofd” van de ziekenzaal C. In deze functie draagt hij schoenen, een oude broek en een wit jasje. Nico is daar ongeschoold actief in de verpleging, hij leert onder andere injecties toe te dienen. Nico heeft een relatief goede tijd gehad in Kamp Amersfoort zonder honger. Hij spreekt over het smokkelen van correspondentie. Hij beschrijft tevens uitvoerig een strafappèl van 1 januari 1945. In zijn periode overlijdt slechts één van zijn patiënten. Hij spreekt onder andere over syfilis, dat onder de codenaam “606” bekend stond. Hij leest zich vanaf maart 1945 in in een Duits fysiologieboek. Op 16 april 1945 wordt hij met een groep van 90 medegevangenen apart gezet. Na een dag wordt de groep, gesplitst in twee ploegen, in een vrachtauto gezet en het kamp uitgereden. Hij wordt naar Scheveningen gereden en krijgt daar een aparte cel. Hij verblijft 3 weken in deze gevangenis. Na de bevrijding wordt hij door de Binnenlandse Strijdkrachten uit de cel gehaald en naar mevrouw Loes van Overeem gebracht in Amsterdam. Nico is nu een vrij man. Zijn thuiskomst verloopt bijzonder kil, zijn vader zegt enkel “dat is eens, maar nooit meer”, doelende op het feit dat een Van Hasselt in de gevangenis heeft gezeten.